Glas is een mengsel van kwarts met soda of potas. Als grondstof voor de
kwarts wordt schoon zilverzand gebruikt. Als men potas gebruikt, sprak
men van potasglas dat, door zijn blauwgroene tot bruine kleur, flesseglas
werd genoemd. Indien er soda werd gebruikt spreek men van sodaglas dat,
indien dun gebruikt, kleurloos was.
De glasmakerskunst is al 3000 jaar oud en ontstond in het Midden-Oosten.
De Romeinen brachten de kunst naar Europa, waar ze omstreeks de 6e eeuw
weer verloren ging. De oudste verwerkings techniek is het druppelen,
waarbij in een afgekoelde glasdruppel een gaatje werd gestoken, zodat er
een glazen kraal onstond. Nadien gebruikte men voor holle vormen de
zandkernmethode: met behulp van tangen en door het rollen werd het egaal
gemodelleerd. Na afkoeling werd de zandkern verwijderd. In de oudheid
werd glas ook gegoten dit noemde men de cire-perdue- methode die bij
brons wordt toegepast. Het gietsel werd afgewerkt door het te slijpen.
In Syrië onstond in het begin van de jaartelling de glasblazerskunst. Het
glasblazen vindt in drie fases plaats. Men doopt het uiteinde van een
metalen buis in de gloeiende glasmassa en zorgt ervoor dat er voldoende
blijft hangen. Men rolt dit over een ijzeren plaat heen en weer totdat
een er een vastere structuur onstaan is. Door het blazen, walsen, rollen
en zwaaien wordt uiteindelijk de gewenste vorm verkregen. Voor het maken
van zeer fijn glaswerk werd de oven echter niet gebruikt, men had de
beschikking over een glasblazerslamp waarvan men de vlam, door middel van een
blaasbalg, erg heet stookte. De basis waren dunne of holle glas staafjes.
Modern is de techniek van geperst glas, waarbij een holle metalen vorm
onder druk met vloeibaar glas wordt volgeperst. Het voert te ver om alle
glassoorten te behandelen.
We hebben beperkt glas op deze site gezet met
daarbij een korte omschrijving en datering: